Geschiedenis

 AV Dwarsfluiten.

Dwarsfluit, piano - en gitaarlessen.

Muziek beleven en bespelen is voor iedereen. 

De geschiedenis  en  evolutie van  de huidige dwarsfluit.

 

De allereerste vondsten :

Door het vinden van allerlei instrumenten waar de adem gebruikt wordt om geluid  te produceren, kwam men tot de conclusie dat de “fluit” vast en zeker het oudste instrument van de mensheid was. De eerste fluitjes waren vooral lokfluitjes.

                           

 

Fluit van been uit het Magdalémien ongeveer 11.000 v. Chr.

Kootfluit uit rendierbot

 

De fluitjes werden gemaakt van botten, daarna ging men over op klei. In het oude Egypte werden er zelfs fluitjes gevonden in een sarcofaag.   De oudste fluitjes  werden gebruikt voor de jacht of om slechte  geesten of vijanden weg te jagen. Die  fluitjes werden altijd  van bot gemaakt. 

 

   3 benen fluiten uit het begin van de middeleeuwen.

 

In Egypte bespeelt men nog steeds de  NÄY, deze werd reeds in de tijd van  de farao’s gebruikt. De NÄY is een rechte fluit met 6 gaten. De leeftijd van dit instrument kent men niet precies maar wel zijn er instrumenten gevonden in de nabijheid van Egypte en zelf  in Europa.

 

  Een Etruskiche fluitspeler.

 

In China is de dwarsfluit al meer dan 3000 jaar bekend maar  niet op de manier waarop wij de dwarsfluit nu kennen. Ook deze instrumenten hebben een evolutie meegemaakt.

Door de eeuwen heen werd de dwarsfluit vooral gebruikt door de troubadours. Op de foto ziet men 2 muzikanten. De fluiten waren zo gemaakt dat men ze langs beide zijde kon bespelen.

                                  

Troubadours  aan het werk.

Afdruk gevonden in Mainz in 1983. Gemaakt rond de 1ste eeuw na Chr.

 

Rond de 11 eeuw werden de fluiten van 1 stuk hout gemaakt en om verschillende toonhoogtes te verkrijgen maakten ze van verschillende lengtes.  In die tijd werden alle dwarsfluiten uit hout gemaakt en zijn in het orkest ook onderverdeeld bij de houten blaasinstrumenten. Dwarsfluiten die hedendaags van hout vervaardigd zijn  noemen we “traverso”.

 

                           

  Houten dwarsfluiten

 Tweedelige Lissieu-fluit zonder kleppen. Bron: Solum

 

 

Ook de houten dwarsfluiten hebben een hele evolutie meegemaakt.    

In het begin bestond het fluitje uit 4 delen . De toongaten stonden veel dichter bij elkaar dan bij de dwarsfluit die we nu bespelen.  Toen konden we  niet echt  van een dwarsfluit spreken.  Het eerste echte dwarsfluitje werd gebruikt in het leger, das ongeveer 900 jaar geleden. Vanaf die tijd ging de dwarsfluit door een echte evolutie.

 

Rond 1400 was de zangstem het belangrijkste instrument. De dwarsfluit werd dan ook een begeleidingsinstrument.  Door de onzuivere toon  vonden de componisten dat het tijd werd om kleppen te ontwikkelen.  Zo werd de dwarsfluit onder handen genomen.  Tussen 1510 en 1660 waren er veel instrumentenbouwers die de dwarsfluit optimaal wilden maken.  Zo was er Rafi,       M. Mersenne en nog vele andere.

 

                  

  De cilindrische fluit van Rafi uit ca. 1550               Flûtes d'Allemand van Mersenne (1636)

 

 

De orkesten uit de  renaissance tijd bestonden grotendeels uit blaasinstrumenten. Deze instrumenten kon je op verschillende toonhoogten bespelen. Er bestond voor elk instrument 4 types:  Sopraan, Als, Tenor en Bas. 

         De 4 verschillende types

 

Eind 17e eeuw kwam de Barokfluit te sprake. In Frankrijk werd er in de werkkamers vorm gegeven aan een chromatische dwarsfluit.  Eerst werd er 1 klep aan toegevoegd om ook het laatste toongat te kunnen sluiten. De toon van het kleine fluitje was beter te horen dan die van een blokfluit. Daarom werd de dwarsfluit gebruikt bij een orkest. De orkesten werden groter en beter en ook de dwarsfluit moest mee evolueren.

                                 

         Eénkleppige fluit van Haka. Bron: Solum

                                                                                   

Omdat de klankkwaliteit en de juistheid steeds een probleem was,  werden er alsmaar meer kleppen aan toegevoegd. Ook werd het voor de speler gemakkelijker om de dwarsfluit te bespelen.

 

Rond 1660 vond de Fluitist Philibert de eerste dwarsfluit uit met 1 klep. Einde 17 eeuw leefde de Familie Hotteterre. Zij veranderde de boring van de fluiten van cilindrisch naar conisch. Daardoor kreeg de dwarsfluit een hele warme en volle klank. In 1707 schreef Hotteterre  als eerste een fluitmethode: “Principes de la flûte traversière, ou flûte d’allemagne”.

 

                                        

 Jacques Hotteterre le Romain, Franse fluitbouwer                     Flûte traversière van J. Hotteterre

   

 

Zelfs met de verbeteringen van de franse bouwers bleef de dwarsfluit heel moeilijk te stemmen. Dit probleem kwam ook voor bij J. J. Quantz.  Om dit probleem op te lossen werden verschillende middenstukken gemaakt die men dan kon verwisselen naar gelang de toonhoogte. Door de kurk in het mondstuk aan te passen kon men de toonhoogte van de dwarsfluit ook intern regelen.  Sommige fluiten hadden tot 7 verschillende middenstukken.   J.J. Quantz schreef  “Versuch einer anweisung die Flöte Traversière zus pielen” uit 1752  waarin hij de verschillende articulaties, fraseringen en versieringen uitlegde. Hoe je moest spelen en zelfs improviseren.

 

Enkele voorbeelden van fluiten met verwisselbare middenstukken

     Fluit van J.J. Quantz, met corps de rechange. Bron: Solum

  Fluit van de bouwer August Grenser, met corps de rechange

 

Later probeerde men de dwarsfluit uit te breiden zodat ze ook lage tonen kon maken.  J.J. Quantz (1697-1773) bespeelde als eerste een dwarsfluit waar ook de lage noten uitkwamen.  Het uiteinde werd verlengt en kreeg extra klep, maar alles bleek nadelig te zijn voor de toonkwaliteit en intonatie.

 

 

Johann Joachim Quantz (1697 – 1773)

 

 

In 1760 kreeg men aandacht voor het akoestische.  Chromatisch spelen was nog steeds een probleem en daarom boorde men gaten die men afsloot met 3 nieuwe kleppen.  Rond 1775 is de vier kleppenfluit dan ook een feit.

 

     Vier kleppenfluit met de gis-, bes-, f- en dis-klep

 

 

Rond 1774 kreeg de dwarsfluit  6 kleppen en werd de C-voet bij gemaakt.   In  Beethoven’s   tijd werd deze dwarsfluit gebruikt door professionele fluitisten.  Concerto voor dwarsfluit en harp van W.A. Mozart werd ook  voorzien van de lage C.

 

In 1780 komt de dwarsfluit met 7 kleppen. Tussen 1785 en 1790 werd deze helemaal aanvaard en werden de nieuwe kleppen gebruikt voor de toonkwaliteit en zuiverheid van het instrument. De 8 kleppen dwarsfluit komt in 1800  en nu zijn alle chromatische gaten op hun plaats.  De dwarsfluit begint aan de opmars als solo instrument en bereikt al vlug populariteit. Ook de mogelijkheden voor het instrument in het orkest is  veel  groter.

 


          De achtkleppenfluit gebouwd door Rudall & Rose rond 1832

 

 

 

           

               Kleppenfluit van "Clementi & Co., London" (ca.1830)

 

 

 

 

De hedendaagse dwarsfluit werd gebouwd door Th. Boëhm. (zie Van Boëhm tot nu )

E: annickverleye@msn.com -    avdwarsfluiten@hotmail.com 

GSM 0624421168

KvK 17201654

ABN-AMRO 54.74.25.139

BTW nr. NL248611070B01